Een stukje geschiedenis.In Egypte werden zalven en parfums samengesteld uit een grote verscheidenheid aan oliën. In 1922 werden in de graftombe van Toetanchamon potjes met essentiële oliën gevonden waarvan de geur van nardus en kruidnagel nog waarneembaar was. Vaak werden houten vaten met oliën bijgezet in de piramides en werden de doden gebalsemd met mirre en ceder. Ook werd in Arabische geschriften de kunst van het destilleren aangetroffen. Dit destillatieproces is tegenwoordig in grote lijnen nog het zelfde. In de bijbel worden ruim 20 essentiële oliën genoemd, zoals kalmoes, saffraan, mirre, kaneel, hysop en natuurlijk wierook. In West-Europa, toen het in de Middeleeuwen slecht gesteld was met de hygiëne, werden bepaalde oliën gebruikt tegen de stank en om hun desinfecterende eigenschappen. Tijdens de pestepidemie droegen de lijkdragers maskers met daarin desinfecterende kruiden. Aromatherapie is lang vergeten geweest. Tegenwoordig komt je deze naam steeds meer tegen, vooral ook omdat de werking van etherische oliën wetenschappelijk bewezen is en er nog veel onderzoek gedaan wordt. De bedenker van de naam ‘aromatherapie’ is René Gattefossé. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte hij aan het front als arts. Bij gebrek aan voldoende medicijnen en ontsmettingsmiddelen, experimenteerde Gattefossé met groot succes met diverse etherische oliën. Gattefossé ondervond de werking van etherische oliën aan den lijve. |
|